De Franse Maas, verrassend gewoon of gewoon verrassend?
De Meuse is zoveel meer dan W.O. I. Net als Verdun kent de streek van de Maas een rijke geschiedenis. Zeker toen de Franse en Spaanse renaissance hoogtij vierde in sommige van haar schortgrote stadjes. Wil je weten wat Michelangelo, Florence en het Huis van Oranje vandoen hebben met het Franse departement? Steek dan de grens over in het Belgische Torgny en geniet zo vrij als een vogel van het Noord-Franse platteland.
Lang hoef je niet in het zadel te zitten om verwonderd te geraken over het moois dat Frankrijk te bieden heeft. Denken we het land van de knapperigste croissants door en door te kennen (het beroemde bladerdeegbroodje in de vorm van een halve maan is nota bene een Oostenrijkse specialiteit die door Marie-Antoinette aan het hof in Versailles werd geïntroduceerd!), dan nog vinden we verborgen plekjes die ons motorhart weten te st(r)elen. Zo komt het dat we op het einde van de zomer een korte maar verrassende vierdaagse beleven in het onontdekte en miskende cuestalandschap van het Maas-departement.

Eerst naar Torgny
Het uitzicht van het departement wordt niet enkel bepaald door de rivier die we allemaal kennen. Van een majestueuze Maas is er nog geen sprake in haar Franse bovenloop. Een reeks van asymmetrische heuvels markeren er de horizon, steil aflopend aan de ene kant en zachtjes afhellend aan de andere kant. Hoe steiler de helling, hoe erosiegevoeliger het onderliggende gesteente. Althans zo herinneren we het ons uit de aardrijkskundeles van weleer …

Cuesta’s met langgerekte heuvelruggen zien we ook in het uiterste zuiden van België. In tegenstelling tot het harde en ruwe leisteenkarakter van de naburige Ardennen zorgt de typische kalkzandsteen van de Gaume voor een warm decor van uitnodigende dorpjes in een open heuvelland. In een zonovergoten Torgny, met z’n goudgele gevels en roodbruine dakpannen het meest zuiderse dorp van het Belgenland, steken we met een Franse klassieker als ‘moules marinières’ al een heerlijk stukje Frankrijk tussen de kiezen.
Een mens mag geen mossel roepen voordat ze aan land zijn. Maar eens de grens met Frankrijk over voelen we ons meteen de koning te rijk in het lege landschap. Om de een of andere reden zoeken we die leegte ook altijd op. Weg is de drukte van elke dag, daar is de vrijheid van het motorrijden! Met een stevige rit van Torgny naar Revigny-sur-Ornain, waar we een charmante chambre d’hôtes hebben geboekt, krijgen we enkele uren speelplezier op onze favoriete Franse wegen in de motorschoot geworpen.
Een koning op de vlucht
Kleine D-wegen verbinden al even kleine dorpen, waar verroeste wijzers van de kerkklok meer dan eens de tijd een hartstilstand bezorgden. Het verleden is nooit ver weg als je er even wil bij stilstaan. Wanneer we de zwaar versterkte citadel van Montmédy hoog op haar heuvel binnenrijden, zien we zowaar in onze verbeelding hoe de 19-jarige Lodewijk XIV zich met Franse overmacht meester maakt van het Spaanse garnizoen en hoe hij zijn vestingbouwer Vauban opdracht geeft om het bolwerk verder te versterken in zijn strijd tegen de Spaanse Habsburgers.

Datzelfde Montmédy is 134 jaar later de laatste strohalm voor Lodewijk XVI. Die hoopte er koningsgezinde troepen te vinden op zijn nachtelijke vlucht voor de Franse Revolutie. Jammer genoeg werd de koning in zijn koets herkend en in Varennes-en-Argonne gearresteerd. Hiermee was het lot van Louis definitief bezegeld. Het zou hem zijn kop en die van zijn vrouw kosten op het schavot. Beiden hadden de ernst van de zaak duidelijk onderschat. Zeker Marie-Antoinette die het hongerige volk toeriep dat ze maar croissants moesten eten als er geen brood meer was. Nepnieuws of niet, de spilzieke koningin was niet geliefd bij het Franse volk.
Getekend door de Grote Oorlog
Behalve een gedenkplaat en wat informatieborden herinnert er op straat niets meer aan het jammerlijk voorval in Varennes. Of je moet het kleine streekmuseum in het dorp een bezoekje brengen. Net als de rest van de Argonne lag het plaatsje immers in de vuurlinie van de Grote Oorlog. Gelukkig werd dit compleet verwoeste dorp wel heropgebouwd, wat met een tiental andere ‘gesneuvelde’ dorpen in de wijde omgeving van Verdun niet meer zou gebeuren.

Hoezeer ook Moeder Natuur de littekens van de oorlog tracht te verbergen, toch lijkt het hier op veel plaatsen alsof men de gruwel van 1916 nooit te boven is gekomen. Wilden de Duitsers met de Slag om Verdun het Franse leger laten doodbloeden? Vele jaren later zijn ze er misschien wel in geslaagd. De Meuse telt nog geen 200.000 inwoners en behoort hiermee tot de top 10 van de dunst bevolkte departementen in Frankrijk. Een cijfer dat nog steeds een neerwaartse trend vertoont en de leegte van de streek zwart op wit weergeeft.
Boxerend door de Barrois
De dikke Beemer ruikt ook de volgende dag zijn kans en boxert er bevrijd op los. Het ene D-nummer na het andere krult zich een weg door een patchwork van groen en geel. Landerijen en dorpen spelen haasje over in een rustig rivierlandschap. De Saulx en haar zijriviertje de Ornain ontwateren zachtjes kabbelend het plateau van de Barrois. Een bezigheid die ze al eeuwenlang plegen uit te voeren.

De Barrois, zeg maar de streek rond Bar-le-Duc, oogt heel wat vriendelijker dan de bosrijke Argonne in het noordwesten van het departement. Niks plezanter dan te rijden in een zonbeschenen landschap dat je met nauwelijks iemand hoeft te delen. Complete stilte ook als we de motor parkeren voor de ingang van een abdij. De abdij van de Drie Fonteinen is overigens niet te verwarren met het gelijknamige cisterciënzercomplex in Rome. Deze werd gebouwd pal op de plek waar de apostel Paulus werd onthoofd. Van de weeromstuit ontsproot een fontein, daar waar zijn hoofd driemaal op de grond botste. Prachtig toch, die godsvruchtige mirakelverhalen.

Op zoek naar een tafeltje voor twee
Minder miraculeus maar evenzeer gehuld in een goddelijke gelatenheid is het stilleven dat we gadeslaan vanop een stenen brugje in het plaatsje Lisle-en-Rigault. Dat doen we misschien net iets te lang, want hongerig en dorstig mogen we nadien kribbig op zoek naar een tafeltje voor twee. Een queeste die veel weg heeft van een speld in een hooiberg. Veel horeca is er niet te vinden in de wijde omgeving.

Nochtans zijn we al een en ander gewend op dat vlak. Helemaal leeg moet de kelk deze keer. Zelfs dat ene, zeldzame dorpsrestaurant dat als een godsgeschenk uit de hemel valt, blijft hemeltergend dicht. Voorgoed gesloten, zo vertelt een Fransman die hijgend komt aangelopen. Zoveel drukte zijn ze hier blijkbaar niet gewend. Ook het etablissement dat we op zijn aanraden in de navigatieapp intikken, geeft een halfuur later niet thuis. Corona heeft diepe wonden geslagen in het micro-economisch weefsel van het platteland, zoveel is zeker.
Googelen dan maar … én een stevig stuk omrijden … voor een laatste linzenbord, jawel, recht uit de grootkeuken van een hotelcomplex, ergens en nergens plompverloren in de leegte van het land. De politie van de plaatselijke kazerne is er blijkbaar vaste klant om te eten. De dame aan de receptie kakelt honderduit als ze ons ziet. Eindelijk nog eens volk, horen we haar luidop denken. Zouden de toeristen hun weg naar het departement echt gevonden hebben, zoals we lezen in de lokale krant? Of liggen ze werkelijk állemaal te bakken en te braden aan de oevers van het Lac de Madine, het grootste meer van Lotharingen?

Bar-le-Duc, renaissance in volle glorie
Een mens zou het bijna geloven … Zelfs in Bar-le-Duc, toch de hoofdstad van het departement, hebben we vrij spel in de beneden- en bovenstad. Fotografisch worden we op onze wenken bediend door een late namiddagzon, die er haar warmste kleuren uitstrijkt over een stenen stoet van renaissancegevels. Dat er nog zoveel oude herenhuizen zo goed bewaard zijn, mag een wonder heten als je weet dat de bommen als regendruppels neervielen in één van de bloedigste veldslagen ooit. Het stadje lag echter net achter de frontlinie en fungeerde als bevoorradingsstation voor de hel van Verdun.

Bar-le-Duc is letterlijk een ‘haut lieu’ van Franse geschiedenis en cultuur. De hoofdstad van het vroegere hertogdom Bar ligt inderdaad op een hoogte, zoals zijn naam in het Keltisch er betekenis aan geeft. Sommigen zien in de middeleeuwse versterking op de rots veeleer een barrière ter verdediging van de streek. De twee barbeelvissen in het stadswapen vertellen dan weer een ander verhaal hoe het stadje aan zijn naam is gekomen. Geloof het of niet, er zwemt nog altijd barbeel in de Ornain beneden!
Ligier Richier, de Michelangelo van het Noorden
De oude hertogstad beleefde zijn gouden eeuw in de 16de eeuw, toen het hertogdom Bar werd verenigd met dat van Lotharingen. Een tijd van ongekende voorspoed en welvaart dat zich op een wandeling naar boven rijkelijk etaleert in het historisch erfgoed van wat misschien wel één van de mooiste renaissancewijken van Frankrijk is. Net als in Saint-Mihiel, dat ander renaissancekleinood op een halfuurtje rijden van hier, heeft de beeldhouwer Ligier Richier uit die tijd enkele van zijn grootste meesterwerken neergezet.

Koningsgezinde Nederlanders moeten absoluut de kapittelkerk van Saint-Étienne binnenwandelen. Zij maar ook de andere bezoekers staan er om te beginnen oog in oog met de vergankelijkheid van het leven, op schitterende wijze en in de typische kalksteen van de streek in beeld gebracht door de Michelangelo van het Noorden. Temeer daar het ‘Skelet’ van Richier het halfvergane lichaam van René van Chalon voorstelt, de allereerste Nassau die zich Prins van Oranje mocht noemen en hiermee de fundamenten legde van het Huis van Oranje-Nassau. Van hem is trouwens ook de ‘Nederlandse’ wapenspreuk ‘Je maintiendrai’. Lang heeft hij er niet van kunnen genieten, want op 25-jarige leeftijd werd hij door een kanonskogel dodelijk verwond. Volgens de legende had hij opdracht gegeven om zijn lijk drie jaar na zijn dood weer op te graven en te vereeuwigen. Een macaber idee dat onze kunstenaar wist uit te voeren alsof hij er zelf bij was.
Van een eenvoudige schoonheid
Diep onder de indruk en met de laatste zonnestralen op ons vege lijf rijden we het stadje uit. Het duurt niet lang of we draaien resoluut de knop om aan een goedgevulde tafel in een drukbeklant restaurant. Vergeten zijn we alle pijn en smart van de wereld. Eureka, daar is eindelijk horeca, recht naar ons hart … én onze buik! Met wat we die avond in de mond steken, blazen we overdadig de loftrompet over de culinaire vaardigheden van de chef.
Het landschap is ook de volgende dag van een eenvoudige schoonheid waar we vrolijk van worden. Dat kan moeilijk anders, want de zon heeft in alle vroegte haar wekker gezet. Na de Argonne en de Barrois verkennen we vandaag de oostelijke kant van de rivier, een lichtglooiende vlakte die zich uitstrekt tussen twee cuestaheuvels. Die vlakte van Woëvre maakt samen met de hoger gelegen Côtes de Meuse deel uit van het Regionaal Natuurpark van Lotharingen, dat bekend staat voor zijn gevarieerde natuur- en cultuurlandschappen.
Zo vrij als een vogel
Zo vrij als een vogel ‘vliegen’ we door een decor van gladgeschoren velden. Hier en daar is boer en tractor nog druk in de weer met het binnenhalen van de oogst, vóór ons kwispelt de weg van opperste blijdschap wanneer hij ons ziet. Ook de BMW geniet duidelijk van de aandacht die hij krijgt. Een trap op zijn staart en daar gaan alweer de paardjes in galop. Een korte maar kordate tik tegen de achterkant van de helm maakt al gauw duidelijk dat het welletjes is geweest. Tuffend gaat het traag verder door een mix van akkers en weilanden die uitnodigend hun zomerdeken in het landschap spreiden. Zalig zijn zij die het achterwerk van hun vrouwtje kennen. Gun je lieverd even wat platte rust, waar maakt niet uit in haar geval, en voor je het weet, wipt ze alweer in het zadel …

Hoog boven onze hoofden zweeft een grote vogel die er het zijne van denkt. Minutenlang kunnen we onze gevederde gast in al zijn vleugelwijdte volgen in de zoeker van de camera. Aan zijn oranjerode lichaam, diepgevorkte staart en halfwitte kop te zien, is het een rode wauw die op zoek gaat naar een ochtendsnack. Zonder het goed te beseffen, hebben we behoorlijk mazzel. Zo blijkt het dier een zeldzaamheid geworden. Vroeger kon je deze aaseters veel in dorpen en steden vinden, nu viseren ze vooral landbouwgrond en open bosland.
Rare vogels vinden we eveneens in Lahaymeix, één van de 6 plattelandsdorpen die moderne kunstenaars volledig hun ding laten doen in de openlucht. Een korte boswandeling in volle motortenue, meer moet dat niet zijn om van deze bijzondere buitenkunst te proeven. Terug in het dorp botsen we zowaar op wat stoelen en een tafeltje op de stoep. Daarvoor gaan we heel graag in de remmen! Slurpend aan een koffie komen we er alles te weten over het kunstenaarsproject in en rond het bos.

Saint-Mihiel, het Florence van Lorraine
Wordt Bar-le-Duc wel eens de Schone Slaapster van het departement genoemd, dan bedoelt men steevast Saint-Mihiel als het gaat over het ‘kleine Florence van Lorraine’. Beide stadjes zijn nochtans niet veel groter dan een volwassen dorp van bij ons. En toch bezitten ze een ongelooflijk rijk patrimonium dat amper is gekend. In het geval van Saint-Mihiel waren het veeleer monniken dan hertogen die geld in het laatje brachten.

Geld dat gemakkelijk rolde, dat merken we niet alleen aan de grote herenhuizen in typisch Franse renaissance maar ook aan de 18de-eeuwse abdijbibliotheek vol eeuwenoude boeken en een ontroerende beeldengroep in de Saint-Étiennekerk, het laatste meesterwerk van Ligier Richier. Het spreekt voor zich dat de beroemdste inwoner van de stad zijn bronzen standbeeld verdient op het gelijknamige plein.

De vlakte van de Woëvre
Cuesta’s zijn fantastische uitkijkpunten. Wanneer op de heuvelrand dan nog eens een kasteel staat dat zo lijkt weggelopen uit een middeleeuws manuscript, dan kan onze dag niet meer stuk. Onze dank gaat duizendmaal uit naar Belle Skinner, een rijke Amerikaanse filantrope die na de Eerste Wereldoorlog de nodige fondsen op tafel legde voor de totale wederopbouw van Hattonchâtel. Vandaag blijkt het dorp en het kasteel enorm geliefd bij toeristen en plaatselijke koppeltjes, die er van een panoramisch zicht genieten over de weidse vlakte beneden.

De vlakte van de Woëvre en de hellingen van de Côtes de Meuse zijn zowat de boomgaard van Lorraine. Al sinds de 15de eeuw worden hier kleine gouden pruimpjes geteeld, goed voor bijna driekwart van de wereldproductie. De mirabel wordt dan ook beschouwd als het goud van Lorraine. En zeggen dat het ooit begon met enkele mirabellen die René I in zijn zak had gestoken toen hij van een kruistocht naar zijn hertogdom terugkeerde!

Leven en dood in Verdun en Marville
Een bezoek aan Verdun mag zeker niet ontbreken als je in het departement van de Meuse bent. Geen stad die het zwaarder te verduren kreeg in de Eerste Wereldoorlog dan Verdun. Tien maanden lang werden er miljoenen granaten op afgevuurd, met honderdduizenden doden tot gevolg. In en rond de stad vind je dan ook een veelvoud aan gedenktekens van de oorlogswaanzin die Europa de hel op aarde bracht.

Van een geheel andere orde is het piepkleine Marville, op een boogscheut van de Belgische grens. Knikkebollend in de namiddagzon schrikt het halve dorp zich een bult als we hun vertrouwde siesta op het marktpleintje komen verstoren. Een ijsje sust alvast de ergste droogte in de keel, voordat we ons laten neerzakken op een terras. Ook dit dorpje in de Gaume maakte vroeger deel uit van de Spaanse Nederlanden. Mooie herenhuizen in Spaanse renaissance-stijl smeken om fotografische aandacht, dus zijn we snel weer op de been.

Begraafplaatsen zijn niet de ideale plek om je vakantie mee af te sluiten. Ware het niet dat de weg naar het kleine kerkhof van Saint-Hilaire het mooiste uitzicht biedt op Marville. Duizenden schedels liggen er netjes opgestapeld in het knekelhuis, zorgvuldig bewaard door een brave bewaker op het einde van de 19de eeuw. Carpe diem als antwoord op de vergankelijkheid van het leven. Helaas wenkt alweer de drukte van de alledaagse job …
Praktische informatie
Ligging
Frans Lotharingen (Lorraine) bestaat uit 4 departementen, waaronder dat van de Maas (Meuse). De oude regio werd met die van de Elzas en de Champagne-Ardenne samengevoegd tot de superregio Grand Est. De Maas verdeelt het departement waar het haar naam aan geeft mooi van noord naar zuid in twee. Ten westen van de rivier zit je in de Argonne en de Barrois, ten oosten ervan zijn het de Woëvre en de Côtes de Meuse waar je tegen aankijkt.
Afstand
Het departement van de Maas ontsnapt volledig aan de toeristische drukte op weg naar het zuiden. Het is een eenvoudig maar authentiek Frans gebied, onontdekt op slechts enkele uren rijden van bij ons. Een kortbijbestemming naast de deur, dat zit altijd lekker …
Bezienswaardigheden
De citadel van Montmédy, het Spaanse renaissancedorpje Marville, Varennes-en-Argonne waar Lodewijk XVI werd gearresteerd op zijn vlucht uit Parijs, de stilte van de cisterciënzerabdij Les Trois Fontaines, de stemmige riviervalleitjes van de Ornain en de Saulx, hoogtepunten van de Franse renaissance en meesterwerken van Ligier Richier in Bar-le-Duc en Saint-Mihiel, de boom- en wijngaarden van de vlakte van de Woëvre en de Côtes de Meuse, het kasteel van Hattonchâtel … en natuurlijk Verdun!
Inwoners
184.474 inwoners
Oppervlakte
6.211 km² (30 inw/km²)
Hoogste punt
Vaudeville-le-Haut: 451 m
Klimaat
Gematigd zeeklimaat zoals dat van ons, net iets kouder in de winter maar ook een tikkeltje warmer in de zomer. De Barrois vangt de meeste neerslag, de Woëvre en de Côtes de Meuse de minste.
Overnachten
Contact
