Toeren langs de Meuse, altijd een goede keus

Haast kennen ze niet in het Franse departement Meuse. Hier ontmoet je de stilte van de natuur, maar ook het gewicht van de geschiedenis, in een decor dat je dwingt stil te staan en te kijken. Geen drukte, geen franje, alleen het genot van onderweg te zijn, te ontdekken en, al is het maar voor even, te verdwijnen in een andere tijd.

Er zijn zo van die plaatsen waar de tijd lijkt stil te staan. Het departement van de Meuse, net over de Belgische grens in het noorden van Frankrijk, is zo’n plek. Overvolle wegen en toeterend stadsverkeer zijn er net zo zeldzaam als sneeuw in de woestijn. Iets wat ons keer op keer blijft verbazen, hoe dikwijls we hier ook in de buurt zijn of zoals nu enkele dagen vertoeven. Met het parfum van de lente in de neus sturen we onze BMW over uitgestorven wegen naar kleine dorpen en stadjes, langs rivieren en valleien die in hun eenvoud gewoon verrassend zijn.

Terug in de tijd in Azannes en Marville

Onze reis in het Franse departement van de Maas begint in het dorp Azannes, op een granaatworp van het heraangeplante staatsbos van Verdun. Tussen de knekelvelden van de Eerste Wereldoorlog, waar verleden en heden een gruwelijk verhaal fluisteren dat nooit vergeten mag worden, brengen meer dan 400 vrijwilligers ruim 80 oude ambachten tot leven op een terrein buiten het dorp. Fransen zijn er dol op, want ook dit jaar trekt het openluchtgebeuren heel wat volk.

Molens die onvermoeibaar draaien, ambachtslui die manden vlechten of klompen snijden, de geur van vers gebakken brood en het gloeiend gehamer op het aambeeld, ja, heel even wanen we ons in de 19de eeuw, met z’n traditionele gebruiken en authentieke kostuums. Dat heel even mag je trouwens met een korrel zout nemen, want al gauw zijn we in dit levend museum, inclusief een hapje en een drankje, enkele uren kwijt.     

Een stap terug in de tijd, met een handvol eeuwen enkele zelfs, zetten we in Marville. Het fotogenieke dorp mag absoluut niet ontbreken op het must-do lijstje van elke Meuse-toerist. Het voormalige stadje van de Spaanse Nederlanden straalt nog altijd een serene charme uit, met dank aan de statige renaissancehuizen rondom het centrale plein. Maar de echte verrassing bevindt zich net buiten het dorp. Niet alleen heb je op weg naar het kerkhof van Saint-Hilaire een fantastisch zicht op Marville, de duizenden schedels en beenderen in het knekelhuis zijn een macabere herinnering aan wie we zijn en wat we worden.

Langs de Loison naar de Maas 

Het leven mag dan vergankelijk zijn, na een verkwikkende nachtrust volgen we fris en monter een eindje de Loison. Het riviertje slingert zich als een zilveren lint door weilanden en velden. De eerste kilometers zijn rustig, met nauwelijks verkeer. Het is dan ook een plezier om de zware zescilinder door de bochtjes te loodsen. Dansend over het asfalt van verleidelijke D-wegen gaat het speels richting Mouzay, waar we aanknopen met de Maas die we voor een flink deel van de dag zullen volgen.

Rijdend langs de Maas zien we hoe gezwollen ze wel staat. Na de overvloedige regenval van de voorbije maanden laat de rivier zich van een heel andere kant zien. Meer dan eens zullen we velden en wegen zien verdwijnen onder een spiegelende watervlakte. Een verstild landschap dat alleen Moeder Natuur kan afdwingen en nog maar eens bewijst hoe nietig we zijn in het gezicht van haar kracht. Met zijn bron in het hart van Frankrijk en zijn eindpunt in de Noordzee, is de Maas meer dan een rivier; het is een levensader, een lint van meer dan 900 km natuur en geschiedenis.                  

Een en al geschiedenis vinden we op de heuvel boven Dun-sur-Meuse. Waar ooit Kelten en Romeinen een versterkte nederzetting bouwden, prijkt de indrukwekkende Notre-Dame de Bonne Garde. De kerk heeft tal van oorlogen doorstaan en dankt haar naam aan een mirakel tijdens de oorlog van 1552, toen de bevolking een Mariabeeld op de wallen plaatste om bescherming te vragen … en de vijand zich onverwacht terugtrok. De gotische kerk herbergt enkele middeleeuwse fresco’s en een fraai gerestaureerd orgel, al hebben we vooral oog voor de drone view op het Maas-landschap beneden. 

Oorlog en vrede in Verdun

Geen oorlog die zo verwoestend is geweest voor het noorden van Frankrijk als de Grote Oorlog van 14-18. In Verdun, symboolstad bij uitstek, kunnen we er niet omheen. De stad is doordrenkt van geschiedenis en bloed, van onmetelijke oorlogsgruwel maar ook van onwrikbare moed. De hel van Verdun was één van de langste en bloedigste veldslagen, die de stad en het omliggende landschap veranderde in één groot kerkhof.  

Een landschap dat lijkt op de maan, waarin elke boom is weggeschoten en elke granaatinslag een graf is geworden. Dat was Verdun in 1916. Maandenlang loosde de hemel miljoenen granaten en spuwde de aarde vuur. Lichamen verdwenen diep onder de modder, dood omhulde als een macabere mist het slagveld. Honderdduizenden Fransen en Duitsers gingen er door de vleesmolen, zonder dat er een strategische doorbraak werd geforceerd. Het plan van de Duitsers om de Fransen te laten leegbloeden in Verdun was mislukt.

Hoe dan ook gaat het leven verder. Zelfs na de donkerste nacht keert het licht getrouw terug. Vandaag de dag bruist Verdun van vitaliteit. De Maas stroomt nog altijd door de stad, kinderen spelen langs de kade en toeristen doen zich tegoed aan de zon in hun glas op één van de vele terrasjes aan het water. Verdun is het verleden heus niet vergeten, maar viert het leven elke dag uitbundig. Iets wat wij ook doen bij een kopje koffie … en een suikerboon!

Traditie wil dat een apotheker van Verdun per toeval de lekkernij ontdekte in de middeleeuwen. De man was namelijk met suiker aan het experimenteren om amandelen (goed voor de spijsvertering!) te bewaren, en kijk, de dragee was geboren. Gaandeweg werd deze een symbool van luxe en feestelijkheid, geliefd bij adel en burgerij. De suikerboon zou ook goed zijn tegen onvruchtbaarheid, wat haar aanwezigheid verklaart bij huwelijken, geboorten en doopfeesten.

Saint-Mihiel, emotie in steen

Voordat we in Sampigny onze chambre d’hôtes van de avond opzoeken, zetten we de BMW nog even aan de kant in Saint-Mihiel. Nog maar eens, want het kleine karakterstadje hebben we al meermaals bezocht. Het dankt zijn titel van ‘Florence van Lotharingen’ dan ook aan een uitzonderlijk renaissance patrimonium, zowel langs de straat als in kerken en musea.

De realistische beeldhouwwerken van de in Saint-Mihiel geboren en getogen Ligier Richier worden in één adem vergeleken met die van Michelangelo. Terecht, zoals we met eigen ogen op verschillende plaatsen in de stad kunnen aanschouwen. Zijn grootste werk, de graflegging van Christus (uit gepolijst kalksteen dat eruitziet als marmer!), getuigt van de aandacht van de meester voor anatomische precisie en emotionele uitbundigheid. Kunst als universele gevoelsexpressie, daarin ligt de tijdloosheid van een meesterwerk.

De madeleintjes van Commercy

Van de amandelvormige suikerbonen van Verdun en de krokante koekjes van Saint-Mihiel gaat het lekkerbekkend naar de boterzachte madeleines van Commercy. De schelpvormige sponskoekjes zijn een geliefde klassieker tot ver buiten de Franse grens. Het verhaal gaat dat het gebakje voor het eerst werd geserveerd op een banket in het hertogelijk kasteel van Commercy.

Toen de kok in een ruzie wegliep van het diner en alle desserts vernietigde, kreeg de keukenmeid, Madeleine Paulmier, de geniale ingeving om het recept van haar grootmoeder dan maar uit te proberen. Marie, de dochter van de hertog en echtgenote van Lodewijk XV, introduceerde wat later de kleine cakes, vernoemd naar de keukenmeid, aan het hof in Versailles. De rest is geschiedenis: de madeleine zou één van de populairste vieruurtjes ter wereld worden!      

Château Stanislas bezoeken we niet. Nochtans werd het kasteel na de tweede wereldoorlog prachtig gerestaureerd en is het een plaatje op zichzelf. Dat heeft het te danken aan Stanislas, de laatste hertog van Lotharingen en schoonbroer van de Franse koning. Die verbouwde het kasteel naar het voorbeeld van Versailles en maakte van Commercy zijn favoriete plezierbestemming. Gezellig is het ook op een naburig terras, met een koffie en passend koekje. Het spreekt vanzelf dat er gerust nog een doos madeleintjes in de grote topkoffer meekan …   

Picknick in Gombervaux

We blijven nog even op de D964 die we al van in Verdun aan het volgen zijn. De kaarsrechte stukken verleiden meer dan eens om de paarden van de zespitter aan te spreken. Niet voor lang, want enkele kilometers vóór Vaucouleurs gaan we van de hoofdbaan, precies zoals vele jaren terug. Het kasteel van Gombervaux is dan ook een herinnering waaraan we onmogelijk kunnen verzaken.

Een smalle landweg brengt ons door een bremrijke vallei naar het 14de-eeuwse kasteel. Gelegen in een natuurlijke inzinking lijkt het wel onaantastbaar temidden van zijn brede grachten. Nochtans resten enkel een monumentale voorgevel en een stoere donjon van de middeleeuwse versterking, welke ooit de grens van het Franse koninkrijk diende te bewaken. Ook nu weer hebben we het plekje helemaal voor ons alleen. De gedroomde setting voor een picknick in het hoge gras …    

Jeanne d’Arc in Vaucouleurs

Wie het kasteel wel in zijn volle glorie moet hebben gezien, is Frankrijks beroemdste maagd. Niet alleen werd Jeanne d’Arc als eenvoudig boerenmeisje geboren in het iets zuidelijker gelegen Domrémy-la-Pucelle, de eerste stappen van haar avontuur zette ze in Vaucouleurs, op enkele kilometers van het kasteel van Gombervaux. Vandaag kan je nog altijd de sporen van het heldhaftige tienermeisje volgen in Vaucouleurs, dat recent het label van klein karakterstadje kreeg opgespeld (na Saint-Mihiel en Marville).

Vaucouleurs lijkt wel ingeslapen als we de motor door de centrale, hoe kan het ook anders, Rue de Jeanne d’Arc sturen. Boven op de heuvel genieten we van een kleurrijk uitzicht op het stadje en de Maasvallei beneden (“val des couleurs” in het Frans). Toch zijn we vooral gekomen voor de resten van het middeleeuwse kasteel en de stadspoort waaronder Jeanne d’Arc in mannenkleren vertrok aan het hoofd van een kleine escorte. Het begin van een tocht die de Franse troon van de ondergang zou redden, maar dat de Engelsen haar duur betaald zouden zetten in Rouen. Menselijke tragiek die ons stil doet worden onder een enorme linde, waar ze volgens de overlevering haar paard aan zou hebben vastgebonden.

Slow travel langs water en groen

In Vaucouleurs laten we de D964 én de Maas achter ons. Middels een handvol wegen steken we door naar de Ornain, een zijrivier van de Saulx, die we kort volgen om wat later even in te ruilen voor het water van de Aire, een al even pittoresk stroompje dat uitmondt in de Aisne. Zowel de Ornain als de Aire blijken enorm geliefd te zijn bij hengelsporters, die het vooral gemunt hebben op de bronskleurige beekforel. Geduld dat wij niet kunnen opbrengen …

Onderweg wordt er amper gestopt. Het is gewoon zalig om lekker in het zadel te blijven zitten, zeker wanneer de weg zich in bochten wringt om zo dicht mogelijk de loop van de rivier te volgen. Verstilde dorpjes, waarvan we meteen de naam vergeten, rijgen zich als een lint aaneen tussen een lappendeken van weilanden, graanvelden en bospartijen. Hier dwingt de eenvoud van het landschap je vanzelf tot slow travel. Rustig aan, gewoon kijken en genieten, ja, het zuidwesten van het departement heeft onze harten gestolen.

De bossen van de Argonne

Onze vierde en laatste dag volgen we verder de Aire naar het noorden. De open velden en weilanden van de voorbije dagen hebben ondertussen plaats gemaakt voor een eerder gesloten landschap. We rijden dan ook door de Argonne, een bosmassief dat zich verder zet in dat van de Ardennen. Waar we ook kijken, overal zien we de sporen, zeg maar littekens, van de Eerste Wereldoorlog die hier op deze beboste heuvelrug tussen de Aisne en de Maas in alle hevigheid heeft gewoed. Het in de herfst van 1918 ingezette Maas-Argonneoffensief, de grootste militaire operatie van het Amerikaanse leger tot dan toe, zou uiteindelijk de Duitsers na 4 jaar op de knieën krijgen.

Toch hebben we geen zin in oorlog en miserie. Voor de vierde dag op rij is de zon van de partij. Ook de BMW is enthousiast, want vandaag staan er flink wat kilometers op de geconnecteerde app. Helaas kunnen we het lieflijke Beaulieu-en-Argonne niet links laten liggen. Een slingerende landweg voert ons door een dicht bos naar het heuveldorp. Dat heeft zijn naam niet gestolen, want zowel het dorp als het uitzicht op de Maas en de bossen van de Argonne zijn ronduit schitterend.

Vakwerkhuizen en bloemen doen het altijd goed op de foto. Aan deze laatste geen gebrek in Beaulieu-en-Argonne, dat met 4 bloemetjes de grootste onderscheiding geniet onder de ‘Villes et Villages Fleuris’. Toch blijven we niet lang hangen. Het jaarlijkse evenement, l’Argonnaise, brengt weliswaar een gezellige drukte met zich mee maar is nét iets te veel voor zo’n klein dorp. We bezoeken nog snel de monumentale 13de-eeuwse eiken pers in één van de gebouwen van de voormalige abdij, werken alsnog een overheerlijke pannenkoek met chocolade-topping naar binnen en kiezen dan het hazenpad. Zoveel drukte zijn we de laatste dagen niet meer gewend geweest!

Ontmaskerd in Varennes-en-Argonne    

Varennes-en-Argonne is nog zo’n dorp waar we niet aan voorbij kunnen als we in de buurt zijn. Ook hier gaan we niet op zoek naar het oorlogsverleden, maar veeleer naar een verfrissend terras. Veel toeristen stoppen er niet, behalve een koppel op respectabele leeftijd dat in een al even overjaars sportkarretje Frankrijk doorkruist. Lijkt ons een leuk alternatief mochten de knoken niet meer mee willen op de motor.

Zouden ze trouwens weten dat hier Lodewijk XVI met zijn Marie-Antoinette en twee kinderen in hun koets werden tegengehouden en gearresteerd in de nacht van 21 juni 1791? Een verweerd uithangbord van Hôtel du Grand Monarque aan de overkant van ons terras herinnert nochtans spitsvondig aan die fatale nacht, toen de koninklijke familie Frankrijk probeerden te ontvluchten voor de wraak van de Franse Revolutie.   

De Meuse is nu eenmaal geen departement voor haastige mensen. Het is een bestemming voor wie wil dwalen, ontdekken en genieten. Of je nu een geschiedenisfanaat, natuurliefhebber of culinaire lekkerbek bent – en dat zijn we alle drie! – hier ontmoet je de ziel van Frankrijk en ervaar je de vrijheid van motorrijden in zijn puurste vorm.

Praktische informatie 

Ligging

Frans Lotharingen (Lorraine) bestaat uit 4 departementen, waaronder dat van de Maas (Meuse) dat het noordwesten bestrijkt. De oude regio werd met die van de Elzas en de Champagne-Ardenne een tijd geleden samengevoegd tot de superregio Grand Est. De bovenloop van de Maas, die hier nog bescheiden is, verdeelt het gelijknamige departement mooi in twee.

Afstand

Met pakweg 250 km vanuit Brussel ben je nog geen 4 u onderweg of je staat al in het noorden van de Meuse. Tolwegen hoef je deze keer niet uit te vinken, want de enige betaalsnelweg is de A4 die het departement in de breedte doormidden snijdt. De Maas, die we voor een stuk volgen, doet hetzelfde, maar dan in de lengte. Veel verkeer zit er niet op de wegen, of het moet lokaal zijn want de meeste toeristen gaan recht naar het zuiden. Eenvoudig, authentiek en onontdekt, de max als je gewoon even enkele dagen wil ontsnappen.   

Bezienswaardigheden

De 3 ‘Petites Cités de Caractères’ van het departement, met name Saint-Mihiel (het kleine Florence van Lorraine), Marville (met zijn oude herenhuizen in Spaanse renaissance-stijl) en Vaucouleurs (waar Jeanne d’Arc in mannenkleren ten strijde trok), Dun-sur-Meuse met z’n robuuste Notre-Dame op de heuvel inclusief weergaloos zicht op het dorp en de Maas, Commercy (bakermat van de madeleines) en Château Stanislas, de middeleeuwse kasteelruïne van Gombervaux, het bloemrijke Beaulieu-en-Argonne, Varennes-en-Argonne waar een vluchtende Lodewijk XVI werd gearresteerd, Verdun natuurlijk (wereldhoofdstad van de vrede omwille van zijn gruwelijk W.O.I-verleden) en last but not least, de Maas en riviervalleitjes van de Ornain en de Aire.      

Inwoners

178.562 inwoners (elk jaar minder!)

Oppervlakte

6.211 km² (29 inw/km²)

Hoogste punt

Vaudeville-le-Haut, 451 m

Laagste punt

Remennecourt, 124 m

Klimaat

Gematigd zeeklimaat zoals dat van ons, iets kouder in de winter maar wel wat warmer in de zomer. Met zijn zandstenen huizen waan je je zelfs even in het Franse zuiden als het weer meezit.  

Overnachten

www.aubergedemarville.com

www.maisondeletang.fr

www.ferme-pateli.fr

Contact

www.lameuse.fr

www.france.fr