De onbekende Loire
De Loire zoals je haar nog nooit zag: wild, ongetemd en puur natuur. Geen drukte van toeristen, enkel slingerende wegen met eindeloze vergezichten. Een speeltuin voor motorrijders én levensgenieters, want eten en drinken kan je nergens beter dan in Frankrijk. Laat je leiden door de kronkels van de rivier en ontdek een departement met vele gezichten.
Wie Loire zegt, denkt aan somptueuze kastelen, strakgesnoeide tuinen en knisperwitte wijnen uit de Loire-vallei. Vergeet echter de beroemde châteaux van de Loire met hun gemillimeterde tuincreaties en al even piekfijn gecreëerde AOC-appellaties. Frankrijks langste rivier toont zich namelijk helemaal anders in haar jeugdige bovenloop. Natuurlijk telt het departement Loire, in het midden van de Auvergne-Rhône-Alpes-regio, enkele mooie kastelen en lekkere wijnen. Frankrijk zou anders Frankrijk niet zijn …
Het departement met het nummer 42 onderscheidt zich vooral door de ongerepte natuur, waar de Loire ruw en ontembaar is en de wegen zich door bossen en kloven slingeren. Een onbekend paradijs voor motorrijders, weg van de toeristenmassa’s, maar met toch op tijd en stond een welgekomen terrasje in een mooi dorp of stad. Het andere Frankrijk dus, waar het leven rustig zijn gangetje kabbelt, precies zoals het gisteren deed en morgen ook nog zal doen.
De gastvrouw van Domaine d’Aromm staat ons al op te wachten als we de motor het erf opsturen. Verwonderd over al dat Beiers paardengeweld is ze niet, want het domein is ook een manege annex paardenpension. Een verkoelende sprong in het buitenzwembad en een rijkelijk gedekte tafel voor twee in haar open veranda, dat belooft voor de komende twee dagen hier in Ouches. Het dorpje is nochtans nauwelijks terug te vinden op de kaart. Maar de locatie is perfect om de Roannais, zeg maar het achterland van Roanne, te verkennen.
De wijnroute van de Côte Roannaise
Een allereerste rit brengt ons naar het uiterste noorden van het departement. Haast hebben we niet op de wijnroute van de Côte Roannaise, die we voor een stuk volgen van Ambierle tot Le Crozet. Alle tijd hebben ze ook in beide dorpjes. Bovendien zijn ze uiterst fotogeniek, het eerste door zijn ligging op een heuvel vol met wijngaarden, het andere omdat je er tussen de vakwerkhuizen en versterkte torens precies in de middeleeuwen wandelt. Wanneer de zon finaal het wolkendek openbreekt, lopen we nogmaals naar het hoogste punt van Le Crozet. Vanop de ronde toren uit de 12de eeuw hebben we een weids zicht op de vlakte beneden.
Aan dorpen met karakter geen gebrek op deze tocht. Ook Charlieu met zijn romaanse benedictijnerabdij en het recent aan het lijstje toegevoegde Perreux behoren tot het selecte clubje van ‘Villages de Caractère’, zoals de Fransen hun speciale dorpen noemen. Een hoogst alarmerend vochtverlies maakt echter dat we in het laatste meteen op zoek moeten naar een plek om onze dorst te lessen. Gelukkig gidst Google ons door de nauwe heuvelstraatjes naar de enige herberg van het dorp. Liters water hebben we vandaag op en naast het zadel verzet. Maar alles beter dan regenwater, toch?
Een goed excuus om een robijnrood flesje van de lokale Loire-wijn te kraken later op de avond in Ouches. De unieke variant van de gamaydruif verraadt de nabijheid van de beter bekende Beaujolais, waarmee onze Roannaise de frisfruitige smaak deelt. Zo komt het dat het al goed donker is als we onze kamer opzoeken. Het geluid van een uil, zo menen we toch, scherpt opeens al onze zintuigen. De lucht lijkt wel bezwangerd van de zwoele zomergeuren. Ergens verderop stroomt de Loire, onzichtbaar in het duister. Maar dat is voor morgen …
De wilde Loire
De ruige Roannais, dat is kort en bondig de etappe van de wilde Loire naar de Monts de la Madeleine, een uitloper van het Centraal Massief die de vlakte van Roanne domineert. De dikke BMW gromt en grolt van plezier als we de lus van meer dan 150 km activeren in de connected app. Puur natuur waar een ongetemde rivier en een verrukkelijk lint van asfalt zich kronkelend een weg doorheen banen. Zijn we daarvoor niet naar het departement Loire gekomen?
De Loire zou echter de Loire niet zijn, mochten er geen kastelen aan haar oever pronken. In het geval van Château de la Roche staat het bouwwerk vandaag niet meer op een rots aan maar ín het water. Als een stoere schildwacht bewaakt het nog steeds de rivier, ook al zijn de ridders, handelaars en schippers al lang verdwenen. Eeuwenlang trotseerde het de grillen van mens en natuur, totdat het wassende water van een damproject de kasteelruïne dreigde te verzuipen. Een lokale crowdfunding redde het kasteel alsnog van een gewisse dood, terwijl het waterpeil van de stuw kunstmatig wordt gereguleerd. Een wijze beslissing, dat vinden niet alleen wij, te zien aan het aantal toeristen die aan en af lopen voor een kiekje van het sprookjeskasteel.
Volk dat we in een gasomdraai meteen weer kwijt zijn op de D56. Helemaal alleen staan we, na wat onnodig offroadverkeer, aan de Pêt d’Âne, waar de Loire diep beneden haar allermooiste krul trekt. Een ezelswind, zoals de naam suggereert, laten we niet. We eten dan ook geen distels die hier goed gedijen en waar paardachtigen dol op zijn … en voor wind in hun darmen zorgt! Wel vallen we bijna achterover van het weids panorama dat we hebben op de mooiste meander van de Loire, alvorens de loop van de rivier verderop wordt ingedamd.
Als een kunstwerk dat ze zelf heeft geschilderd, drukt de Loire ons op het hart dat de kortste weg niet altijd de mooiste is. Als motorrijder kunnen we dat alleen maar beamen. Minutenlang nemen we het uitzicht in ons op. Het heeft dan ook iets tijdloos. De wind ruist door het gras, enkel een roofvogel zweeft ongrijpbaar boven de afgrond. Verder niets. Alleen de stilte en het eindeloze landschap. Een gevoel van nederigheid én dankbaarheid maakt zich van ons meester. Wat een uitzicht!
Verzengende hitte
Ook de versterkte priorij van Pommiers hebben we voor ons alleen. Net als de wegen en bossen van de Montagne Roannaise. Stilte die ons meer en meer kan bekoren, al wordt het opnieuw zoeken naar een bar of terras onderweg. Blijven rijden dan maar. Zo houden we tenminste de hitte van de dag op afstand. Drie koffers op de motor en geen enkel flesje water mee, dat is te zot voor woorden …
Ook de volgende dag is de hitte genadeloos. Het lijkt wel of de zon een verzengend deken over het landschap heeft gelegd. Diep beneden ons laat de Loire zich van haar lome kant zien. Oude stenen huizen, een vestingtoren en een magnifiek uitzicht, Saint-Maurice-sur-Loire is precies wat we zoeken. De zon brandt, maar het stilleven waarvan we genieten, verzacht de meteorologische mokerslag die we nu al enkele dagen op lijf en ledematen te verduren krijgen. Voor heel even toch.
Het wordt er inderdaad niet beter op in de vlakte van de Forez. Het kasteel van Saint-Marcel-de-Félines ligt veelzeggend aan de Chemin des Pas Pressés, de weg-van-de-niet-gehaasten. Fransen houden van poëtische plaatsnamen, maar wij zijn vooral met onszelf bezig. Helm uit en zo snel mogelijk een plekje in de schaduw. Of toch niet. Het kasteel is té mooi om niet gefotografeerd te worden.
De D1 brengt ons gelukkig hoger en hoger. Oververhit én uitgehongerd laten we ons neerploffen in de eerste de beste snackbar in Violay. Hier hebben we meer beziens dan een poolreiziger in de woestijn. Een simpele dagschotel, liters water en platte rust, dan komt het wel in orde. Toch als we niet om de haverklap stoppen onderweg. Hoeden kijken zal dus voor een andere keer zijn in Chazelles-sur-Lyon. Bij dergelijke temperaturen denken we niet aan vilt en stof. De zinderende vlakte van de Forez wacht. Opnieuw.
De Plaine du Forez is een lange inzinking tussen de Monts du Forez in het westen en de Monts du Lyonnais in het oosten. Deze laatste, ook wel de Monts du Matin (“de bergen van de ochtend”) genoemd, vangen het eerste zonlicht en hebben een zachte uitstraling. Hun tegenhanger in het westen, de Monts du Soir (“de bergen van de avond”) zijn robuuster, gehuld in de gouden gloed van de ondergaande zon. En het zijn precies die bergen die zich voor ons ontvouwen in Cottance. Motor in de schuur, een lekker Belgisch biertje, vanavond doen we het rustig aan in de chambre en table d’hôtes bij Luc. Pas pressés, zouden de Fransen zeggen.
Zuurstof in de Monts du Forez
Geen stress in de Forez. Dat is ons motto op weg naar de Monts du Forez. In een mum van tijd dwarsen we de vlakte waarin de Loire zich heeft ingebed. De kaarsrechte D1089 krult zich hierna krols naar boven. In Noirétable wisselen we hem, na een kort terrasje, in voor de D101 die zich tussen dichte sparrenbossen almaar hoger wurmt. Zuurstof vult onze longen, en ons hoofd, eenmaal boven op de col de la Loge. Beneden danst de hitte boven de weg en in onze kleren, maar hier, op 1.253 m hoogte, is het lekker vertoeven. En zeggen dat het station met dat van het naburige Chalmazel voor maanden sneeuwpret zorgt op de hoogvlakte van de Hautes Chaumes.
Dezelfde D101 brengt ons niet alleen naar boven, maar ook weer naar beneden, weliswaar aan de andere kant van de bergen. Onderweg kunnen we niet anders dan een plak Fourme de Montbrison proeven in een lokale bar. De cilindrische vorm (“fourme”) net als de smaak heeft de kaas grotendeels gemeen met die andere blauw dooraderde koekaas uit de Forez, de Fourme d’Ambert. “Fourmidablement bon”, zeker bij een stuk brood. Veel meer krijgen we overigens niet op ons bord ‘Chez Fleur’. Eten doet men hier van twaalf tot één en in de bergen wordt er geen eten verspild.
Toch kunnen we er weer wat tegen. Het ongerepte landschap waar we doorrijden, doet ons meer dan eens stoppen. Zeer tegen de zin van de Beemer, die letterlijk een hoogdag beleeft. Een gevoel van rust en ruimte maakt zich van ons meester, naarmate we afdalen. Onderweg passeren we enkele verlaten “jasseries”, traditionele boerderijen waar vroeger de kaas werd gemaakt. In Sauvain kom je er alles over te weten in het dorpsmuseum. Wij zoeken alvast verkoeling achter een glas.
Verkoeling in Montbrison
Onze B&B aan de boorden van de Vizézy, het riviertje dat idyllisch door het stadje Montbrison stroomt, heeft gelukkig een zwembad. Een kort maar stevig onweer maakt helaas korte metten met onze plonsplannen. De regen heeft alvast de grootste hitte verdreven. Het beste moment om wat rond te dwalen in de hoofdstad van het oude hertogdom Forez.
De straten geuren naar nat asfalt en warme steen. Onder oude bruggen murmelt zacht het water van de Vizézy. In de verte sterft het onweer weg boven de Monts du Forez. We kunnen weer ademen. Vanavond smaakt alles beter. Met dank aan de kok van het restaurant waar we net op tijd hebben gereserveerd. De regen mag dan wel de lucht fris hebben gewassen, op ons bord is het nog altijd zomer. Een karaf rode Forez-wijn mag natuurlijk niet ontbreken. Beter dan dit wordt het niet. Of toch?
Met een volle 30-liter tank zetten we koers naar het regionaal natuurpark Pilat, in het zuidoosten van het Loire-departement. De klim naar de Col de la Croix de l’Homme Mort zet meteen de toon. Geen toeristen, alleen de BMW en, boven op de top, een landschap dat zich als een groene oceaan uitstrekt. Eenzelfde beeld, maar dan nog ruiger, wacht ons in het kunstenaarsdorpje Montarcher. Maar het meest gesmaakte uitzicht hebben we ongetwijfeld op het restaurantterras naast de fabriek OBUT, waar al sinds 1955 die beroemde petanqueballen worden gemaakt. Zomerser én Franser kan het toch niet zijn?
Gorges de la Loire
Voor het mooiste zicht op de wildernis van de Gorges de la Loire moet je evenwel bij Château d’Essalois zijn. Of beter nog aan de andere kant van de rivier, de brug over dus, even voorbij de barrage van Grangent. Twee spectaculaire fotostops die je niet mag missen. Wat we wel compleet missen is de modernistische site van Le Corbusier in de oude mijnstad Firminy. Hopeloos verloren rijden we ons in de betonwoestijn van de stad. Steden? We zijn ze echt niet meer gewend op deze reis!
Tijd om terug te keren naar waar we thuishoren: de natuur. Wilder, ruiger en nóg indrukwekkender dan alles wat we tot nu toe gezien hebben. Hier, aan de rand van het Centraal Massief, wisselt het landschap voortdurend van gedaante. Glooiende weiden, dichte bossen, ruige rotsflanken, soms warm en uitnodigend, dan weer streng en onherbergzaam. We hebben het over het Pilat-massief, dat ons in een gebalde dagrit zijn vele gezichten toont.
Hoger en hoger
De Col de la République, een col uit één van de eerste bergpassen van de Tour de France, gooit meteen alle deuren open. Bergen rijplezier krijgt de GSA onder z’n wielen geschoven, op strak asfalt dat de bochten niet schuwt. Deze gaan erin als zoete broodjes. Totdat we volop in de remmen gaan. Daar is het dorpje Malleval, waanzinnig balancerend op een rotspunt. De steile kliffen boden eeuwenlang bescherming, nu beschutten ze vooral de wijnstokken die hier aan de andere kant duizelingwekkend tegen de helling opklimmen.
Wat omhoog gaat, moet ook naar beneden. Dan doen we, richting Rhône, waar nog meer de geur van druiven in de lucht hangt. Wat houden we toch van Frankrijk! De Chemin des Vignes voert ons in Chavanay opnieuw naar boven. Sainte-Croix-en-Jarez, ooit een kartuizerklooster, is nu één van Frankrijks mooiste dorpen. De monniken zijn verdwenen, enkel toeristen maken het mooie weer op de terrasjes aan de ingang van het dorp. Binnen de muren van het klooster doen we ons tegoed aan de serene stilte van weleer.
Eens lichaam en geest opnieuw in balans zetten we onze tocht voort. De weg slingert zich als een slang naar de Col de l’Œillon. Onder ons, een zee van groen. Boven ons, in de verte, de contouren van de Alpen. Maar we klimmen hoger, naar de Crête de la Perdrix, met zijn 1.432 m de hoogste top van de Pilat. Aan de voet ervan ligt, op 1.310 m, een bijzondere plek: La Jasserie du Pilat.
De oude berghoeve is nu een herberg, een plek met een unieke view. Ook het ritje erheen mag er best zijn. Net als de bosbessentaart en het ijsje dat we er in de zon naar binnen spelen. Een genot dat we niet delen met Jean-Jacques Rousseau. De Franse filosoof kwam hier in 1769 en vond het maar niks. Of voelde hij de schim van Pontius Pilatus die zich op deze plek wanhopig in een duistere put had gestort?
Het zit er weeral op!
Sombere wolken sluiten zich hierbij alvast aan. De canicule zit erop, net als onze week. We dwaalden door fotogenieke dorpen, zagen kastelen verdrinken en wijnen rijpen. Maar als er één plek is die alles samenvat, dan is het deze wel. Het massief van de Pilat is een ruige rand die de ongereptheid van het departement alle eer aandoet. We hebben er ten volle van genoten!
Praktische informatie
Ligging
Het departement Loire maakt deel uit van de regio Auvergne-Rhône-Alpes en is vernoemd naar de gelijknamige rivier, die van zuid naar noord door het departement stroomt. Geografisch gezien wordt het departement gekenmerkt door een divers landschap, waarbij de afwisseling van bergen, vlaktes en rivieren een boeiende rijervaring garandeert.
Afstand
Reken op een dagrit naar Roanne, de grootste stad in het noorden van het departement. Een overnachting halverwege maakt het rijden verteerbaar.
Bezienswaardigheden
Veel pittoreske dorpen (Ambierle, Le Crozet, Charlieu, Perreux, Sainte-Croix-en-Jarez, Malleval), nog veel meer ongerepte natuur (Loire-meander Pêt d’Âne, bergen van de Forez en Lyonnais, Gorges de la Loire, regionaal natuurpark Pilat) met hier en daar een uniek kasteel (Château de la Roche, Saint-Marcel-de-Félines, Château d’Essalois). Vergeet ook de lekkere Loire-wijnen niet, de petanque-ballen van de OBUT-fabriek en last but not least de Jasserie du Pilat.
Inwoners
769.029 inwoners
Oppervlakte
4.780 km² (161 inw/km²)
Hoogste punt
Pierre-sur-Haute (1.634 m)
Laagste punt
Saint-Pierre-de-Bœuf (140 m)
Klimaat
Gematigd klimaat, maar met verschillen al naargelang de hoogte. De zomers zijn over het algemeen warm, terwijl de winters, vooral in de hoger gelegen gebieden, aanzienlijk koud zijn (met mogelijke sneeuwval).
Overnachten
https://maisondubachat.jimdofree.com/
Contact
